Promotieonderzoek

Lesgevende robots bieden mogelijk een technologische oplossing voor de problematiek die is ontstaan door de groei van diversiteit in het klaslokaal, drukkere klassen en een tekort aan leraren en resources.

Enkele voordelen van lesgevende robots zijn unieke leerervaringen in het klaslokaal en verbeterde leerprestaties van de desbetreffende leerlingen.

Risico’s omtrent de inzet van deze lesgevende robots waren nog niet duidelijk. Hierdoor ontstonden uitdagingen aangezien sociale robotica steeds meer in sociale domeinen gebruikt worden. Mijn promotieonderzoek ging over het verantwoord inzetten van sociale robotica, met de bijbehorende vraag:

“Aan welke normen en waarden moeten deze sociale robots voldoen voordat ouders, docenten en kinderen comfortabel zijn met een lesgevende robot in hun klaslokaal?”

Dit (promotie)onderzoek heeft het maatschappelijk doel om een empirisch gevalideerd advies uit te brengen over de verantwoorde inzet van sociale robots in het basisonderwijs. Dit doen wij door in kaart te brengen aan welke morele richtlijnen deze robots moeten voldoen voordat ze in het klaslokaal op een verantwoorde manier ingezet kunnen worden.

Het onderzoek naar de verantwoorde inzet van robot tutors in het basisonderwijs is opgezet vanuit de Value-Sensitive Design (VSD) methodologie en de stakeholder theorie. VSD (onderstaande figuur) identificeert de voor- en nadelen van een nieuw ICT-systeem ten opzichte van haar directe en indirecte stakeholders, en vertaalt deze naar morele waarden en kwesties.

vsd
Value-sensitive design methodology. Spiekermann, S. (2015). Ethical IT innovation: A value-based system design approach. Auerbach Publications.

Deze vier studies, namelijk value discovery, value conceptualization, empirical value investigation en technical value investigation bieden een framework voor de inrichting van dit onderzoek.

In studie één werd middels een uitgebreide systematische literatuurstudie de bestaande morele waarden vanuit de literatuur omtrent lesgevende robots geïdentificeerd. De wetenschappelijke papers die in de literatuurstudie zijn meegenomen na een systematisch selectieproces (N=254) zijn intensief bestudeerd en gecodeerd naar een aantal variabelen, namelijk: focus van de research, methode, demografie, onderzoekseenheden, gebruikte robot en welke voor- en nadelen er worden geïdentificeerd in hun onderzoek. Vanuit al deze geïdentificeerde voor- en nadelen van de robot was het vanuit de VSD-methodologie mogelijk om deze te vertalen naar morele concepten.

In de tweede studie stond de kwalitatieve analyse van de perspectieven van de betrokken stakeholders centraal. Er werden focusgroepen georganiseerd met deze stakeholders om de onderdelen van hun morele concepten te achterhalen en te analyseren waarin deze (mogelijk) botsen. Deze onderdelen zijn afkomstig van de morele concepten die zijn geïdentificeerd in het literatuuronderzoek. Het doel van de tweede deelstudie was om te achterhalen hoe de verschillende stakeholders over verschillende morele concepten (zoals o.a. privacy & security, veiligheid, menselijk contact) denken in de context van sociale robotica in de klas.

Studie drie stond in het teken van de prioritering van de gevonden onderdelen van de morele concepten afkomstig uit deelstudie twee. Hierbij werd onderzocht in welke mate verschillende stakeholders hieraan waarde hechtten.

In studie vier werden deze voorgaande resultaten vertaald naar mogelijkheden in de technologische aspecten van de robots. Hierin werden morele richtlijnen opgesteld waaraan de lesgevende robots moeten voldoen voordat zij hun entree mogen maken in het klaslokaal. Daarbij werd gekeken hoe bepaalde knelpunten op dit gebied op te lossen waren.